gezondheid

De gezondheid van de Australian Labradoodle is niet alleen voor mij belangrijk, maar ook voor het ras als geheel. Natuurlijk kun je niet alles voorzien, maar het uitsluiten van erfelijke afwijkingen is een belangrijke verantwoordelijkheid van mij als fokker.

Scuba (en in de toekomst onze nieuwe fokhonden) is uitgebreid onderzocht op erfelijke afwijkingen die bij de Australian Labradoodle voorkomen. 

De uitslagen zijn te zien op de persoonlijke pagina van Scuba.

 

ECVO

Dit oogonderzoek focust zich op 17 oogafwijkingen die een erfelijke basis hebben. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: cataract, membrana pupillaris persistens, entropion en ectropion. 

Mogelijke uitslagen zijn vrij en niet vrij. Er mag alleen gefokt worden met vrij. Dit onderzoek is maar 12 maanden geldig en moet dan herhaald worden.

 

Patella luxatie

Een veelvoorkomende aandoening, met name bij kleinere honden, waarbij de knieschijf niet goed blijft zitten. Deze kan naar buiten of naar binnen naast de knie schuiven. 

Het onderzoek wordt door een Orthopedisch Chirurg gedaan. 

Mogelijke uitslagen zijn:

Graad 0 vast: De knieschijf is met nauwkeurig onderzoek bij de ontspannen hond niet uit de groeve van het dijbeen te verplaatsen.

Graad 0 flexibel:De knieschijf is makkelijk te verschuiven in zijwaartse richting tot op de rand van de groeve, maar er niet overheen.

Graad 1: Alleen bij zijwaartse druk op de patella is deze te verplaatsen (naar binnen en/of naar buiten) uit de groeve en keert, na loslaten, spontaan direct terug in de groeve.

Met alle uitslagen daaronder (graad 2, 3, en 4 waarbij er sprake is van een spontane of permanente verplaatsing van de knieschijf) mag niet gefokt worden.

Er mag alleen gefokt worden met Graad 0 vast/flexibel of Graad 1.

 

Heupdysplasie

Ook een veelvoorkomende en pijnlijke aandoening, waarbij het bot in het bovenbeen niet goed aansluit op de heupkom.

Het onderzoek bestaat uit rontgenfotos welke beoordeeld worden door een panel van Orthopedisch Chirurgen. 

Mogelijke uitslagen zijn:

OFA Excellent

OFA Good

OFA Fair

Met alle uitslagen daaronder (OFA Borderline, OFA Mild, OFA Moderate, OFA Severe) mag niet gefokt worden. Een OFA Fair mag alleen gekruist worden met een OFA Excellent of Good.

 

Elleboogdysplasie

Dit kan veroorzaakt worden door meerdere aandoeningen die leiden tot mank lopen en een pijnlijke elleboog.

Het onderzoek bestaat uit rontgenfotos welke beoordeeld worden door een panel van Orthopedisch Chirurgen. 

Er mag alleen gefokt worden met een hond met de uitslag OFA Negative. 

 

De volgende testen zijn DNA testen. Dat betekent dat er gekeken wordt of een fokhond een bepaalde ziekte in zijn DNA met zich meedraagt en door zou kunnen geven.

Mogelijke uitslagen zijn: normaal/vrij, drager en lijder. Een normaal/vrij kan zelf niet ziek worden en kan geen ziek gen doorgeven. Een drager kan zelf niet ziek worden maar kan wel een ziek gen doorgeven aan de pups. Een lijder zal zelf ziek worden en zal altijd een ziek gen doorgeven aan de pups.

Met normaal/vrij en drager mag gefokt worden, met een lijder mag niet gefokt worden. Doordat er 2 zieke genen nodig zijn (een van de moeder en een van de vader) voordat een hond ziek zal worden, moet een drager met een normaal/vrij gekruist worden.

 

Exercised Induced Collapse

Dit is een ziekte waarbij honden na 5 tot 20 minuten van opwinding, zoals bij spelen of wandelen, door de poten kunnen zakken en niet meer kunnen opstaan.

 

Degeneratieve Myelopathie

Dit is een progressieve neurologische aandoening van het ruggenmerg. Het begint met coordinatieverlies in de achterste ledematen. De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de poten. Incontinentie komt ook vaak voor. De hond heeft geen pijn, maar wel verlies van functie.Uiteindelijk wordt de hersenschors aangetast, waardoor ook de vitale functies kunnen uitvallen. 

 

Progressieve Retina Atrofie

Dit is een oogziekte waarbij de retina, een deel van het oog, afneemt in weefselmassa. Als gevolg hiervan wordt de hond blind.

 

Improper Coat

De Australian Labradoodle bestaat uit verschillende Parent Breeds (zie voor meer uitleg hierover onder het kopje ‘Over de Australian Labradoodle – ALD vs de ‘gewone’ Labradoodle’). Dat betekent ook dat er heel veel verschillende typen vacht in de voorouders zitten. Om tot de hypoallergene niet verharende vacht te komen die de Australian Labradoodle nu heeft, moeten ouderhonden vrij zijn van het ‘improper coat’ gen. Dit is dus geen ziekte, enkel iets wat wij niet in de Australian Labradoodle willen zien.

 

Naast bovenstaande onderzoeken doen wij ook een DNA kleurbepaling (zie voor meer uitleg hierover onder het kopje ‘Over de Australian Labradoodle – Algemeen’). 

Ook wordt er een ouderschapstest gedaan en wordt dit vastgelegd in de database. Zo kan het inteeltpercentage berekend worden. Het inteeltpercentage bij het fokken van twee honden mag nooit groter zijn dan 5%.